16 mei 2026 · Joos Luteijn · 8 minuten leestijd
Een hoog Shadow AI-percentage is geen alarm en een laag percentage geen geruststelling. Wat het cijfer echt zegt, gaat over hoe jij als organisatie omgaat met mensen die hun werk willen verbeteren.
Cijfers over Shadow AI vliegen sinds dit voorjaar om de oren. 75 procent van de medewerkers gebruikt AI voor het werk. 78 procent doet dat zonder toestemming van IT. Organisaties hebben naar eigen schatting zicht op minder dan 11 procent van het feitelijke gebruik. Dat zijn de hoofdcijfers uit het Trendrapport 2025 van Awareways, gebaseerd op gedragsanalyse en kennismetingen bij tienduizenden Nederlandse medewerkers.
Het is verleidelijk om die cijfers te lezen als een waarschuwing aan de IT-afdeling. Een datalek-risico om in te dammen. Een governance-gat om te dichten. Maar dat is het verkeerde gesprek.
De reden dat het zo wijdverspreid is, is even simpel als praktisch. AI-tools zijn de afgelopen twee jaar laagdrempelig geworden. Een gratis account bij ChatGPT, Claude of Gemini is in twee minuten aangemaakt. Geen IT-aanvraag, geen budgetgoedkeuring, geen wachttijd. De drempel om iets te proberen is lager dan ooit, en daarom grijpen medewerkers er sneller naar dan welk beleid kan volgen.
Wat zo’n percentage echt zegt, gaat dus niet over wat IT mist. Het gaat over hoe jij als organisatie omgaat met mensen die hun werk willen verbeteren.
Shadow AI ontstaat niet uit rebellie. Het ontstaat omdat medewerkers iets willen oplossen en geen veilige route zien naar de oplossing.
Een medewerker die voorheen een uur kwijt was aan het schrijven van een verslag, ontdekt dat een chatbot het in tien minuten doet. Een marketeer die voor de vijfde keer dit kwartaal een productlancering moet doen, gebruikt een tool die haar copyvoorstellen in drie versies geeft. Een teamleider voert vertrouwelijke notulen in een gratis AI-tool om er een samenvatting van te maken voor het MT.
Wat zij doen, doen ze niet om regels te overtreden. Ze doen het omdat hun werk makkelijker, sneller of leuker wordt. Of omdat ze de boot niet willen missen die hun vak ondertussen aan het veranderen is. En zo bouwen ze, dwars door het beleid heen, een eigen mini-stack van AI-tools die ze nodig hebben om hun werk goed te doen.
Bart Meerdink van Beeckestijn Business School, die voor het AI & Digital Marketing Trends 2026-rapport vijf Nederlandse organisaties analyseerde, ziet datzelfde patroon: ruim de helft van de medewerkers verzwijgt het AI-gebruik, bijna de helft uploadt bedrijfsdata naar publieke tools, twee derde controleert de output niet. Meerdink noemt dat geen probleem. Hij noemt het energie die zonder regie alle kanten op gaat.
Daar zit de echte vraag in. Niet of het gebeurt. Niet hoeveel. Maar wat het zegt over de organisatie waarin het plaatsvindt.
Mijn stelling is simpel. Een hoog Shadow AI-percentage zegt twee dingen tegelijk. Het zegt dat medewerkers wíllen met AI werken. En het zegt dat de support vanuit de werkgever niet voldoende aansluit: ofwel omdat hij er niet is, ofwel omdat hij naast de werkpraktijk staat. Het is de combinatie van die twee die het cijfer optilt.
Want denk eens door: als de organisatie veilige en bruikbare AI faciliteert, en medewerkers dat aanbod kennen, dan vervalt de logische reden om uit te wijken naar persoonlijke abonnementen. Dan zakt het percentage. Niet door verboden, maar omdat het alternatief gewoon beter is.
Tegelijkertijd geldt: als medewerkers geen behoefte voelen aan AI in hun werk, ontstaat er ook geen schaduwgebruik. Niet vanwege controle, maar vanwege ontbrekende motivatie.
Een laag Shadow AI-percentage kan dus twee kanten op vallen. Het kan zijn omdat de organisatie het netjes geregeld heeft. Of omdat de werkvloer in slaap is.
Zet privé-gebruik tegen werkgevers-support en je krijgt vier herkenbare situaties. De positie van jouw organisatie zegt direct iets over de agenda.
Wildgroei (linksboven): hoog privé-gebruik, weinig support. Hier zit het hoge Shadow AI-percentage. Medewerkers ontdekken AI sneller dan de organisatie het kan reguleren. Geen kaders, geen veilige alternatieven, wel volop gebruik. Voor IT spannend, voor compliance ongemakkelijk en voor HR een blind spot. Maar het is ook het signaal dat er energie is op de werkvloer. De vraag is alleen of de leiding die energie nog vóór is, of er definitief achter aanloopt.
Mismatch (rechtsboven): hoog privé-gebruik, veel support. Misschien wel de meest pijnlijke situatie. De licenties zijn aangeschaft, het beleid is geschreven, er is een centrale AI-omgeving. En tóch blijven medewerkers naar privé-abonnementen grijpen. Dat betekent: het interne aanbod sluit niet aan op het feitelijke werk. Geen falen van de governance, maar een afstand tussen wat is uitgerold en wat op de werkvloer nodig is.
Balans (rechtsonder): weinig privé-gebruik, veel support. Hier zakt het Shadow AI-percentage vanzelf. Niet omdat medewerkers stoppen met AI, maar omdat ze het via de officiële weg doen. Er is een centrale, veilige AI-omgeving, kaders die het werk niet in de weg zitten, en ruimte om te leren. Medewerkers hoeven niet uit te wijken naar privé-tools, omdat het interne aanbod het werk daadwerkelijk verbetert. Dit is wat Ahold Delhaize, ING en KLM in het Beeckestijn-rapport laten zien.
Stilstand (linksonder): weinig privé-gebruik, weinig support. De gevaarlijke kalmte. Geen Shadow AI te bekennen, maar ook geen interne adoptie. Niemand gebruikt AI. Geen kaders, geen tools, geen energie. Een laag Shadow AI-percentage hoeft dus geen reden voor geruststelling te zijn. De concurrentie loopt er ondertussen wel mee.
Wie het Shadow AI-cijfer leest zonder die twee assen erbij te nemen, leest het verkeerd.
In ons werk zien we deze verhouding terug bij elke organisatie waar we naar binnen kijken. En het beeld wordt pas compleet als we het van twee kanten meten.
Aan de ene kant is er de Team Scan. Die kijkt naar wat medewerkers feitelijk doen met AI. Welke tools gebruiken ze, in welke contexten (privé, werk, beide), hoe vaak, welke impact ervaren ze. Wat is hun trainingsbehoefte. Welke randvoorwaarden missen ze. En ja: hoe groot is het schaduwgebruik. De Team Scan brengt de werkvloer in kaart langs negen dimensies die gebaseerd zijn op gevalideerde wetenschappelijke modellen voor technologie-acceptatie.
Aan de andere kant is er de Maturity Scan. Die kijkt niet naar wat medewerkers doen, maar naar waar de organisatie als geheel staat. Is er een AI-strategie? Is governance belegd? Loopt er een AI-geletterdheidsprogramma dat aansluit op artikel 4 van de EU AI Act? Bestaat er een werkbare acceptable use policy, of een die op de plank ligt? Is de data-infrastructuur op orde? Zijn rollen en verantwoordelijkheden helder?
Die twee samen vertellen het verhaal achter het Shadow AI-cijfer. De Team Scan laat zien hoe groot de wil van medewerkers is, en waar de behoefte aan AI feitelijk wringt. De Maturity Scan laat zien hoe goed de organisatie die wil opvangt. Het verschil tussen die twee is precies wat het Shadow AI-percentage zegt.
Een organisatie kan op de Maturity Scan netjes scoren op governance, en tegelijk op de Team Scan zien dat een derde van haar adviseurs eigen tools gebruikt. Dat is dan geen falen van de governance, maar een signaal dat de governance niet aansluit op het feitelijke werk. Een andere organisatie kan op de Team Scan zien dat medewerkers staan te trappelen om met AI te beginnen, en op de Maturity Scan zien dat er nog geen kader is. Dat is dan geen probleem van de werkvloer, maar een tempo-verschil tussen praktijk en sturing.
Een verbod werkt niet. Dat is inmiddels door de Awareways-onderzoekers, door Microsoft in zijn Work Trend Index en door iedereen die de afgelopen twee jaar serieus met dit thema bezig is geweest, vastgesteld. Verboden verschuiven het gebruik naar persoonlijke apparaten en persoonlijke accounts, en daarmee buiten elk zicht.
Wat wel werkt: begrijp eerst wat er gebeurt. Niet door een proxylog uit te lezen, maar door anoniem en gevalideerd te vragen wat medewerkers feitelijk doen, waarom ze het doen, en wat ze missen. En zet dat naast hoe de organisatie zelf staat. Want het gat tussen die twee, dat is je echte agenda. Niet het reguleren van een tool. Niet het blokkeren van een domein. Maar het sluiten van de afstand tussen wat mensen willen en wat de organisatie biedt.
Concreet betekent dat een paar dingen voor wie aan het stuur zit.
Verbied niet, faciliteer. Een AI-verbod verschuift het gebruik naar persoonlijke accounts en daarmee buiten elk zicht. Bied liever een centrale, veilige AI-omgeving aan die het werk daadwerkelijk verbetert. Het beste alternatief tegen privé-tools is een beter intern aanbod.
Vraag de werkvloer. Een anonieme, gevalideerde meting vertelt je in twee weken meer dan je proxylogs in een jaar. Wie gebruikt wat, waarom, en wat missen ze. Dat is de basis voor een aanpak die wel aansluit op het feitelijke werk.
Maak AI-gebruik bespreekbaar. Medewerkers die hun AI-gebruik moeten verzwijgen, leren niet samen. Een open cultuur over wat wel en niet kan, is meer waard dan een dik beleid dat niemand leest. Wat in de schaduw gebeurt, gebeurt zonder elkaar.
Train op geletterdheid, niet op tools. De EU AI Act vraagt sinds februari 2025 om aantoonbare AI-geletterdheid. Dat is geen lijst van goedgekeurde tools, maar het vermogen om kritisch te beoordelen wat AI doet en niet doet. Geletterde medewerkers maken betere keuzes, ook in de schaduw.
Een hoog Shadow AI-percentage is dan geen alarm. Het is een uitnodiging. Een laag percentage is geen geruststelling. Het kan ook stilstand zijn.
In beide gevallen geldt: zonder de twee kanten te meten, weet je niet wat je ziet.
Wil je weten waar jullie staan? De AI Team Scan brengt het gebruik en de behoefte van medewerkers in kaart, en maakt schaduwgebruik expliciet. De AI Maturity Scan brengt de organisatorische volwassenheid in beeld, van strategie en governance tot mensen en data. Beide scans zijn los uit te voeren, maar leveren in combinatie het rijkste beeld.
Joos Luteijn werkt 20+ jaar in strategie, technologie en organisatieontwikkeling, met teams tot 45 professionals. Vanuit Transforming the Dots helpt hij organisaties grip te krijgen op AI-adoptie via onderzoek, advies en coaching. Hij is gastexpert in de Studio Beeckestijn-podcast over AI-adoptie.